Voeding bij duursport

Duursporten worden gekenmerkt door, zoals de naam al aangeeft, een relatief lange arbeidsduur, waarbij de sporter geen pauze gebruikt. Enkele voorbeelden van duursporten zijn: marathons lopen, tour de France fietsen of lange afstanden schaatsen.
Wanneer een dergelijke prestatie geleverd moet worden is een goede voedingstoestand vereist. Om een sporter te voorzien van energie zijn veel koolhydraten nodig. Tijdens een langdurige, rustige belastingen verloopt de energievoorziening met name via verbranding van koolhydraten en vetten. Naar mate de intensiteit van de inspanning toeneemt, neemt de verbranding van koolhydraten toe. Het menselijk lichaam beschikt zelf over een voorraad koolhydraten, genaamd glycogeen. Dit koolhydraat lijkt op zetmeel en ligt voor een groot deel opgeslagen in de spieren en voor een klein deel in de lever. Door deze voorraad is de inspanning langer vol te houden. Deze voorraad aan glycogeen is echter beperkt. Hoe intensiever de inspanning, des te meer gebruik wordt gemaakt van glycogeen. Voor duursporters is het dus uiterst belangrijk om over een zo groot mogelijke voorraad te beschikken.

Glycogeenvoorraad vergroten

Door gerichte training te combineren met een koolhydraatrijke voeding is het mogelijk om de glycogeenvoorraad te vergroten, waarmee de duur van de prestatie wordt verlengd. Hiervoor zijn producten nodig die veel koolhydraten bevatten. Hierbij valt te denken aan brood, pasta, rijst en peulvruchten. Daarbij is het verstandig om de inname van vet zo laag mogelijk te houden door het gebruik van magere of halfvolle producten. De hoeveelheid koolhydraten dient goed over de dag verdeeld te worden door kleine maaltijden tussen de hoofdmaaltijden in te lassen.

In de aanloopfase naar een wedstrijd toe kan er gekozen worden om de glycogeenvoorraad te maximaliseren voor één wedstrijd. De methode die hiervoor gebruikt wordt heet koolhydraatstapeling of carboloading. Uit onderzoek is gebleken dat koolhydraatstapeling de vermoeidheid uitstelt en de duur van de inspanning op gelijk niveau verlengt met ongeveer 20%. Een (sport)diëtist kan helpen om een dergelijk advies samen te stellen.

Tijdens het sporten wordt natuurlijk veel vocht verloren. Omdat een duursporter geen gelegenheid krijgt om rustig te drinken, zal hij dit tijdens het leveren van inspanning moeten gebruiken. Hierbij heeft de sporter de keuze tussen een hypotone, isotone of hypertone sportdrank. De sportdranken verschillen van elkaar in osmolariteit, oftewel de concentratie koolhydraten in de vloeistof (zie afbeelding hieronder).

Concentratie sportdranken

Tijdens het sporten zal een duursporter het beste gebruik kunnen maken van een isotone sportdrank. Deze wordt het snelste opgenomen door het lichaam, omdat de concentratie aan koolhydraten in deze drank overeenkomt met de concentratie koolhydraten in het lichaam. Tevens vult deze sportdrank ook de verloren koolhydraten weer aan, zodat de duursporter zijn energievoorraad weer aanvult.